Specs overvalt Jozef theater

Maaaa, bin ik nou jeurug (lees: ma, ben ik nu jarig). De klok wijst 5.05 aan. Mijn zoon is vijf jaar geworden, een lustrum. De dag begint vroeg met cadeaus, zoenen, filmen, foto’s, zingen en taart. Voor Specs Hildebrand wacht hetzelfde recept over 15 uur, alleen voor een 30-jarig jubileum en een nieuw album. De ingrediënten zullen zeker iets anders zijn.

Met getrokken en doorgeladen gitaren overvalt Specs De Jozef. Wanted dead or alive! Als het doek valt na een schitterende slide-show met foto’s van Specs en Jip, begint Specs. Wat een kick off! Alle aanwezigen weten niet wat hem of haar overkomt. Iedereen kijkt elkaar aan. Zelfs moeder Hildebrand, of beter gezegd Van Scherpenseel, staat op en applaudisseert luid. Een topprestatie voor een 84-jarige. Specs ziet er slick uit. Zonder lap voor de mond, maar met volle overgave viel hij het Jozef-gebouw binnen. Met extra versterking. Deze mannen kunnen boos kijken. Geschoren wangen maar met boevengezichten.

De eerste set bevat juweeltjes van songs zoals ‘You Never Can Tell’ waarbij Specs onder andere wordt bijgestaan door Jan Akkerman, ‘On The Road Again’ en ‘You Got Gold’.
Ook Rob Kruisman staat zijn mannetje en blaast lekker mee op onder meer ‘Do You Still Love Me’ en ‘White Line Fever’.

In de pauze vindt het officiële gedeelte plaats. Co Hermans, platenbaas en directeur van Disky Records, kondigt Piet Veerman aan. Piet Veerman, de opperstalmeester van de Volendamse muziek, kijkt naar Specs en spreekt het meesterbrein achter de overval toe. Vele mooie woorden vloeien. ‘Ik heb Specs zien komen… maar nooit zien gaan’. Piet krijgt De Jozef aan het lachen (imitatie Kees Stet, in navolging van zijn moeder). Specs is duidelijk in zijn nopjes. Misdaad loont in dit uitzonderlijke geval wel. Ook prijst Piet Specs om zijn collegialiteit, originaliteit en vakmanschap. Ook Piet is te vinden op het kleinood ‘A Wink At The Moon’ met het beeldschone ‘I Survived’.

De buit is binnen, een glimmende zilveren nieuwe cd ‘A Wink At The Moon’. De cd is vers van de pers, en wordt binnen gebracht door platenmaatschappij Disky. Een nieuwe vriend in de grimmige wereld van platenmaatschappijen, eentje met het hart op de juiste plaats. Een speld in een hooiberg. Misschien dat het zilveren schijfje over een paar maanden goud is. Het zijn ‘slechts’ 35.000 exemplaren die verkocht moeten worden.

De negen paardenkrachten, Specs, Evert, Kees, Hubert, Jan, Ab, Berry, Jaap en Rob, trekken de caravan met de buit mee naar het eind. Het publiek staat versteld van het hoge niveau. De tweede set start akoestisch. Vele juweeltjes passeren de revue. Specs speelt verrassend veel uit zijn eigen repertoire. Nummers als ‘La Villa Latino’, ‘Stop That Tape’ en ‘The Devil Has Come To Claim His Own’. Natuurlijk ontbreekt het clublied ‘Ugly Guys Are Cool’ niet. Klassiekers als ‘So Long Ago’, ‘Like A Rolling Stone’ en ‘Lies’ (The Cats) vinden gretig aftrek bij het 450-koppige publiek. Mijn favoriet ‘Skulls In The Desert’ wordt, na een mooie aankondiging, gelukkig ook gespeeld. Elvis’ debuutsingle ‘Blue Moon Of Kentucky / That’s Alright Mama’ krijgt na 30 jaar Specs een andere dimensie. Ik krijg kippenvel.

De pers is massaal uitgerukt. De mannen worden uitgebreid gefotografeerd. Herkenning alom, nu nog erkenning (in de krant). Gezocht….. kopers van deze prachtige cd. Country liefhebbers en, of zoals Specs zelf zegt, Americana liefhebbers, deze cd is een ‘must’.
Aan het eind van het concert kopen fans cd’s van Specs. Specs signeert voor jong publiek, vaders en zelfs opa’s. ‘Voor Jan van Specs’.

’s Nachts, of beter gezegd ’s morgens, want het was al aardig vroeg, op weg naar huis praat ik met mijn ‘soulmate’ Johan Tol. Een goed gevoel maakt zich meester over ons. We hebben het over dé avond, over Specs, over The Living Room Band, over Jan, over Jaap, over Berry, over Ab, over dé Piet en over, inmiddels een klein beetje, onze Jip. We hebben goed werk verricht. Het is ijzig koud buiten. Johan en ik kijken elkaar aan en knipogen naar de maan. Thuis gaat onze gesigneerde cd van ‘A Wink At The Moon’ in de kluis.

Michel Veerman
(One Way Wind, the magazine)